Geschiedenis van de verwarming in de glastuinbouw.
De opkomst van de glastuinbouw dateert uit de tijd van de Romeinen.
Daar gebruikte Keizer Tiberius (42 v.c , 37 n.c) vulkanisch glas
om zo zijn favoriete groente “de komkommer” het hele jaar door aangeleverd te kunnen hebben voor eigen consumptie.
Zomers groeiden de planten in verrijdbare bakken buiten en in de winter in schuren van spiegelsteen plus het gebruik van het vulkanisch glas.
In die tijd was vulkanisch glas uitermate kostbaar.
Het gebruik van het vulkanisch glas was niet voor iedereen weggelegd.
Door de schaarste is het gebruik van vulkanisch glas totaal niet uitgebreid door de tijd heen.
Pas in 1712 toen het gebruik van tuinmuren bij voornamelijk herenhuizen werd gebruikt voor de teelt van fruit.
De muren dienden als beschutting voor de fruitbomen.
Het gebruik van de tuinmuren werd in de tijd verder ontwikkeld tot de druivenkas in 1888, speciaal gericht op de teelt van druiven.
In 1878 kwam het gebruik van plat glas opzetten,
voor het maken van het platte glas werd in die tijd gebruik gemaakt van afgedankte ramen van herenhuizen.
In deze kweekbakken met plat glas werden alle soorten groente geteeld. Van bloemkool tot komkommers.
De teelt van fruit was niet goed mogelijk, dat met de rede vanwege de hoogte van het platte glas.
Als uitzondering was de teelt van meloen wel mogelijk.
Bij de teelten onder het platte glas kwam ook de eerste vorm van verwarming opzetten.
Het gebruik van een aantal soorten mest zorgde ervoor dat de planten in een warm klimaat groeide vooral als het buiten koud was.
Door het gebruik van mest kon men het teeltseizoen verlengen.
Rond 1900 kwam de kolenstook opzetten in de druivenkassen.
Rond 1905 werd het platte glas ontwikkeld tot de warenhuizen.
Het platte glas verdween niet, het traditionele platte glas werd nog steeds gebruikt voor zomerteelten.
In deze warenhuizen werd meteen het gebruik van kolenketels toegepast.
De kolenketels zorgde ervoor dat het warenhuis en de druivenkas een beter klimaat kregen om gewassen te kunnen verbouwen,
met als doel om meer productie te kunnen behalen.
Rond 1926 kwamen de Venlo kassen en breedkap kassen opzetten.
Voor het verwarmen van deze kassen werden er steeds grotere en meerder aantallen kolenketels gebruikt,
het nadeel van het gebruik van kolenketels was de arbeid die nodig was voor het vullen van de ketels met steenkool.
De kolenketels moesten dag en nacht bijgevuld worden.
Toen in 1940 de Tweede Wereldoorlog uitbrak, was de glastuinbouw nog steeds met al zijn activiteiten bezig.
Pas toen de bonnen werden ingevoerd werd het voor de glastuinbouw zeer moeilijk.
De tuinders konden niet meer aan de kolen komen vanwege de schaarste daarvan.
Het laatste jaar van de oorlog zorgde ervoor dat de verwarmde glastuinbouw totaal stil kwam te liggen.
En was er alleen nog een zomerteelt mogelijk.
Na de WOII kwam het gebruik van olie opzetten.
De glastuinbouw schakelde over naar olieketels. Door de olieketels was er minder arbeid nodig om te stoken.
De olie kon gemakkelijk door leidingen naar de ketels worden getransporteerd.
Door het gebruik van de olieketels ging het stoken van een kas automatisch
omdat er geen mensen aan de pas hoefden te komen om de ketels te vullen.
In het gebruik van olie zijn er twee soorten te onderscheiden.
Dunne olie en dikke olie konden er worden gebruikt voor de olie ketels, een groot deel van de glastuinbouw gebruikt ruwe stookolie (dikke olie).
Dunne olie kwam pas een paar jaar later opzetten. Rond 1960 werden de ploffers ontwikkelt en toegepast.
De ploffers werden gestookt op petroleum, de naam van de ploffer komt van het ploffen van de petroleum,
bij dit proces van verwarmen komt er een hoop warmte vrij.
Het gebruik van ploffers kon de tuinder zelf bepalen waar in de kas hij wilde gaan verwarmen omdat de ploffers verplaatsbaar waren.
Al was er rond 1904 elektriciteit, toch werd het niet gebruikt in de glastuinbouw.
Pas nadat de ploffers zijn intrede had gedaan in de glastuinbouw.
Door het gebruik van ploffers ontstonden er warmtepunten in een kas.
Deze warmte moest verspreid worden zodat de hele kas gelijkmatig verwarmd zal worden.
Op dit punt doen de eerste ventilatoren hun intrede in de glastuinbouw.
Het gebruik van ventilatoren zorgde voor een nieuw technisch tijdperk.